0
Browsing Tag

eetstoornissen

0 In Blog

Lieve kleine Lot,

Wat ben ik trots op je. Wat ben jij ontzettend dapper geweest al die jaren. Ik vind het erg voor je dat je zo alleen was. Dat je je zo eenzaam gevoeld hebt terwijl je dat ondertussen aan niemand liet zien. Je was altijd opgewekt en haalde kleine gelukjes uit jouw creatieve talenten, zoals tekenen, schrijven (toen schreef je al boeken en liedjes) en vooral zingen. Je droom om ooit een beroemde zangeres te worden hield je op de been. En eten. Snoepjes gaven je troost, vooral chocolade. Als je stiekem naar de snoeptrommel sloop ook al was er niemand thuis dan zat het hart in je keel, maar als je eenmaal de chocolaatjes in je mond had, vergat je enkele seconden alles om je heen. Je mocht er even alles laten zijn. Het gaf je een gevoel van veiligheid, het troostte je verdriet en vulde je gevoel van leegte op. 

Je werkte hard en deed je best op school, ook al ontwikkelde je de overtuiging dat je dom was. Rekenen was niet jouw favoriete vak en als je een verkeerd antwoord gaf in de klas als je de beurt kreeg, dan werd je door de hele klas uitgejoeld. Je raakte faalangstig en probeerde vooral geen beurten meer te krijgen door onzichtbaar te zijn. Als dat toch gebeurde blokkeerde je direct. 

Ik vind het ontzettend afschuwelijk en verdrietig dat je al zo jong zoveel geweld ervaren moest. Dat je ervaarde dat jouw lichaam regelmatig fungeerde als boksbal. Dat je keer op keer opnieuw ervaarde dat alles altijd jouw schuld was. Je kon niet anders dan je veiligheid zoeken in eten. Je mocht niks zeggen. Je had eten nodig om je mond te houden, om weg te slikken. 

Lieve kleine Lot, dat hoeft niet meer. Je bent veilig nu. Ik zorg voor je, zal je troosten als je oude pijn getriggerd wordt en ik zal naar je luisteren als je gehoord wil worden, ook al zal dat niet altijd in een keer lukken.Je bent veilig, je bent slim, je bent mooi en je mag er zijn.
Liefs ‘grote’ Lot


Deze brief schreef ik een aantal jaar geleden aan mijn jongere zelf, om haar te laten weten dat ik er nu als gezonde volwassene voor haar kan en wil zijn, zodat eten zijn functie stapsgewijs kon neerleggen.
Ben jij je bewust van je innerlijke kind en wat soms gehoord wil worden?

0 In Blog

‘Kettingreactie’

Tijdens mijn individuele coaching sessies met mensen die een verstoorde relatie met eten ervaren praat ik nooit over eten. Het gaat immers niet over eten, maar wel om over(heen) éten een mechanisme dat een hele periode ‘functioneel’ kan zijn, maar dat pas opgelost kan worden als je snapt wat de functie daadwerkelijk is.

Al eerder legde ik in mijn blogs uit dat een verstoorde relatie met eten vrijwel altijd een aangeleerd mechanisme is om te hebben kunnen ‘over leven’ door een aangepaste versie van jezelf te worden. Dit kan door dat je als kind hoorde dat je gevoeligheid ‘overdreven’ was en dat je ‘normaal’ moest doen. Het kan zijn omdat je je onveilig voelde omdat er geweld of intimidatie plaatsvond in het gezin waar je opgroeide en je dus al zeker geen ruimte voelde voor jouw gevoelens (je keek wel uit!), waardoor je leerde dat deze er niet mochten/ konden of hoorden te zijn. Maar het kan ook zijn dat jouw ouders niet met emoties om konden gaan en dus ook jou leerde dat je je ‘niet aan moest stellen maar gewoon door moest gaan’.

Meer dan eens zie ik mensen voorbijkomen in mijn praktijk die niet geleerd hebben om te gaan met hun mooie gevoelige kant. Zij zijn zich niet bewust van wie ze waren voordat ze zich leerde aanpassen, of dat ze zich überhaupt aangepast hebben. Dit gebeurt ook vaak onbewust. Net zomin als dat ze zich bewust zijn van het mechanisme dat daarna in werking gaat en hoe dat de boel in stand houdt, zoals ook de verstoorde relatie met eten.

Afgelopen week had ik Joyce in mijn praktijk, zij komt al een aantal weken voor begeleiding bij haar verstoorde relatie met eten. Zij vertelde dat ze een lastige week had gehad met eten en ze vertelde ook wat eraan vooraf was gegaan. Haar zus was bij haar gekomen en deze was heel verdrietig geweest omdat ze te horen had gekregen op haar werk dat haar contract niet verlengd was. De organisatie twijfelde eraan of dat haar zus wel bij de organisatie paste en dát terwijl ze zich zó had ingespannen. Joyce wilde er graag voor haar zus zijn maar voelde ook boosheid en onmacht, want ze had gezien hoe gigantisch hard haar zus de afgelopen maanden gewerkt had. Doorgaans zou Joyce vanuit haar ‘aangepaste zelf’ tegen haar zus gezegd hebben; joh kóm op, ga gewoon verder kijken, het komt wel goed; huil er nou maar niet om, het is hun verlies. Echter ontdekte Joyce recent binnen de coaching dat ze van nature niet iemand is die alleen zegt; ‘kom op, doorgaan, niet huilen’. Joyce ontdekte dat ze van nature een zachtaardige, empathische en zeker ook affectieve persoonlijkheid is. Alleen dat ze dit van huis uit door allerlei omstandigheden ‘aanpaste’ en leerde dat emoties voor ‘mietjes en aanstellers’ zijn. Tevens waren haar ouders allebei geen affectieve personen, ook niet onderling en ondanks dat Joyce dat wel was, leerde ze daar niet mee om te gaan en stopte ze ook dat stukje van zichzelf weg.

Omdat Joyce recent dit inzicht had opgedaan besloot ze anders dan anders te reageren op haar zus. Ze sloeg met een kleine aarzeling haar arm om haar zus heen en zei; huil maar, het mag er zijn, ik ben er voor je. Haar zus huilde tranen met tuiten en liet zich uitgebreid knuffelen en vertroetelen. Ze gaf daarna herhaaldelijk terug aan Joyce hoe fijn ze het vond en hoe lief van Joyce, terwijl haar zus zich meestal ook niet zo uitspreekt. Ik zeg als coach dan ook meestal tegen mensen; als je doet wat je altijd deed; krijg je wat je altijd kreeg. Zo zag Joyce dat ze door het anders te doen, dus ook meer affectie terugontving van haar zus, iets wat ze als heel prettig ervaarde.

Toch betekent verandering óók nog iets anders. Als je aangeleerde patronen, overtuigingen of mechanismes probeert te veranderen of te doorbreken dan zul je ook altijd te maken krijgen met zogenaamde ‘saboteurs’. Saboteurs zijn de ‘stemmetjes’ in je hoofd die je vertellen ‘dat iets je toch niet lukt’ ‘dat je vooral je niet te veel moet openstellen want dan komt er alleen maar gedoe van’ ‘dat je op moet blijven letten omdat anders de pleures uitbreekt’ en nog veel meer van dit soort geluiden. Deze ‘stemmetjes’, hoe irritant ook, hebben ook een functie. Ze proberen je veilig te houden. Nu hoor ik je denken; veilig hoezo? Veilig betekent; alles blijft bij het oude, zelfs als daar waar je nu inzit (bijvoorbeeld die ongezonde relatie) niet goed voor je is dan is (volgens de saboteurs) behouden wat je hebt áltijd nog beter dan aangaan wat je niet weet. Immers; dan kan het altijd nóg slechter worden.

Doordat Joyce ervoor koos om eens te oefenen met haar affectieve en gevoelige kant naar haar zus, koos ze voor ‘verandering’. Deze verandering, hoe fijn ook, leverde ook spanning op. Er verschenen stemmetjes in haar hoofd met ‘ niet te zoetsappig he, je hoeft ook niet door te slaan, wat zal je zus straks wel niet denken, pas je op dat je niet gekwetst wordt met die gevoeligheid, straks maakt iemand er nog misbruik van’ .

Daarnaast voelde Joyce ook nog wat anders. Ze zou het liefst de leidinggevende van haar zus opgebeld hebben en haar boosheid kenbaar maken, maar dat kon natuurlijk niet en dus ervaarde ze onmacht. Nadat haar zus weg was merkte ze dat ze de situatie niet helemaal los kon laten en niet veel later ervaarde ze het ‘fuck it gevoel’ en was ze naar de ijskast gelopen om ‘er overheen te eten’. Een mechanisme dat bekend is voor Joyce en dat haar het gevoel van veiligheid gaf en niet in de laatste plaats omdat naast alles wat hierboven al voor een verhoogde spanning zorgde, en de mechanismes die waren gaan lopen, ze tevens ook nog getriggerd werd door het gevoel van onmacht. Ondanks dat deze onmacht niet haar onmacht was, triggerde dat gevoel een traumatische periode in haar leven met een narcistische man waarin ze ook veel onmacht had ervaren. Pas toen Joyce afgelopen week vertelde over de situatie met haar zus en we deze helemaal uitgewerkt hadden, begreep ze waarom ze was gaan ‘over eten’.

Samen met haar maakte ik op het whiteboard inzichtelijk hoé feitelijk 1 situatie zoveel gevolgen kon hebben, als een soort kettingreactie. Hoeveel emoties erbij kwamen kijken en hoe lastig dat nog voor haar was omdat ze niet geleerd had daar mee om te gaan. Tevens zorgde al deze emoties ook voor een lichamelijke reactie namelijk een verhoogde adrenaline. Deze verhoogde adrenaline legt tijdelijk ons brein stil waardoor we even niet meer kunnen nadenken en dus bijvoorbeeld naar de koelkast lopen om te gaan ‘over-eten’. Iedereen die kampt met een verstoorde relatie met eten zal dit mechanisme herkennen; (je weet dat je eigenlijk niet wíl over eten, maar op dat moment lijkt dat automatisch te gaan en is er niets dat je nog tegenhoudt) en als je adrenaline daarna gezakt is; dán kom je tot jezelf en begint het volgende mechanisme te lopen; schuldgevoel etc.

Door inzichtelijk te krijgen hoe patronen, overtuigingen en mechanismes werken, krijgt Joyce steeds meer inzichten in het waaróm van haar handelen en van wie ze daadwerkelijk bedoeld is te zijn. Tevens probeer ik haar telkens wanneer ze bewust emotie kan waarnemen (en dat lukt steeds een beetje beter) stil te staan bij wat ze voelt/ wat er gebeurt en inzichten op te schrijven, zodat ze uiteindelijk vanuit bewust zijn en rust keuzes kan maken, voor zichzelf en over eten.

Herken jij je in bovenstaand verhaal of zou je ook graag meer begeleiding en inzicht willen in de functie van eten voor jou. Voel je vrij om contact met me op te nemen, in pb, telefonisch of via email. Kijk ook hier

*vanzelfsprekend zijn alle namen én beschreven situaties geanonimiseerd en/of figuratief beschreven*

0 In Blog

Thuiskomen

In het verleden in gesprek met mijn cliënten die een verstoorde relatie hebben met eten‘ kwamen we vaak ook terecht bij ‘het aangepaste zelf’. Kort samengevat gebeurt dat vaak al jong en meestal (maar niet altijd), in relatie met de ouder/ opvoeder. Dit laatste is zo, omdat een kind dan nog in een afhankelijkheidsrelatie zit en om te ‘overleven’ altijd zal doen wat de opvoeder van het kind verwacht. Het klinkt meteen groots en dramatisch, alsof dit per definitie over traumatische heftige gebeurtenissen zou moeten gaan, maar dat is zeker niet zo.

Een simpel voorbeeld is; een kind dat van nature graag buitenspeelt, in bomen klimt, en altijd huppelt door de tuin, vooral in het paadje waar de steentjes liggen. Het gevolg van dat gehuppel is dat de steentjes niet alleen meer op het paadje liggen. Vader, die helemaal niet van rotzooi houdt reageert al schreeuwend door het raam ‘dat ze moet stoppen ‘om altijd maar zo’n rotzooi te maken van de tuin met haar gehuppel en gespring’. Een deels begrijpelijke reactie van deze vader en ook niet meteen erg beschadigend maar het is een voorbeeld van hoe het kind zich daarna minder vrij zou kunnen voelen in de tuin, of daarbuiten, het past zich aan op de wensen van in dit geval de vader. Weliswaar is zijn boodschap van een dubbele boodschap voorzien namelijk: jíj maakt altijd een rotzooi van de tuin én jij met je gehuppel en gespring. Twee dubbele boodschappen die zeker een hooggevoelig kind zou kunnen oppakken als afwijzing: ik doe altijd te druk en ik ben niet goed zoals ik ben (ik moet niet huppelen en springen.)

Het is maar een illustratief en nog relatief onschuldig voorbeeld, maar je zult begrijpen dat een kind dit ‘opslaat’ en naarmate het herhaalderlijk dergelijke boodschappen ontvangt zal het kind aanpassingen doen in het ‘zelf’. Een ander meer beladen voorbeeld is je als als kind bijvoorbeeld ziet hoe je broer altijd de hut kort en klein slaat en je een bange moeder naast je hebt staan. Je zult begrijpen dat dit geen veilige omgeving is om ‘het zelf’ tot volledige ontplooiing te laten komen en te kunnen en durven zíjn. Een kind doet aanpassingen om in meer of mindere mate te overleven, liefde te ontvangen, gezien te worden, en voorzien te worden in levensbehoeften.

Uiteindelijk nemen we natuurlijk allemaal iets mee van onze ouders, opvoeders en omgeving. Het hoeft niet perse altijd (grote of negatieve) gevolgen te hebben om aanpassingen te hebben gedaan als kind of bepaalde dingen van huis uit te hebben meegekregen die van nature misschien niet helemaal aansluiten bij ons unieke zelf.

Vaak zie je dat dat wel het geval is als het kind zich meerdere malen of landurig onveilig heeft gevoeld en niet geleerd heeft onvoorwaardelijk te mogen of kunnen zíjn. Vrijwel altijd zie je dat hier dan op latere leeftijd diverse problemen door kunnen ontwikkelen waaronder een verstoorde relatie met eten.

De functie van bijvoorbeeld ‘overeten’ is vaak ‘meer-ledig’ gevoel van eenzaamheid, boosheid, onveiligheid ‘stillen’. Het gevoel van niet onvoorwaardelijk mogen zijn (zoals hierboven uitgelegd) weg te stoppen. Of dat wat er niet mocht zijn maar wat je niet uit kon of mocht spreken ‘weg te drukken’ of datgene dat je wel voelde maar niet kon dragen (omdat het te verdrietig en te pijnlijk was of te traumatisch) en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Daarnaast speelt ons lichaam of beter gezegd de verbinding met ons lichaam een belangrijke rol in relatie tot onszelf én in dit geval een verstoorde relatie met eten.

Er zijn mensen die het meteen begrijpen als we spreken over; ‘de verbinding met je lichaam of in je lichaam zitten’. Voor anderen klinkt dit als een taal die ze niet verstaan. Sommigen zijn er niet mee opgevoed en hebben dit van huis uit niet meegekregen en anderen hebben door soms traumatische gebeurtenissen geleerd ‘weg te gaan’ uit hun lijf. Om pijn niet te hoeven voelen, als een soort ‘vluchtreactie’. De mechanismes die je in je lichaam opgebouwd hebt, die een lange tijd voor veiligheid hebben gezorgd zoals ook een dwangmatige relatie met eten, bewegingsonrust, tics, lichamelijk onverklaarbare pijn’ houden ook het patroon in stand. Met het patroon doel ik op de manier waarop je je al die jaren ‘staande’ hebt weten te houden.

Door in kleine stapjes bewust te gaan leren voelen wat er gebeurt in je lijf bij bepaalde emoties, spanning, of iets anders én diverse oefeningen die daarvoor zijn kun je uiteindelijk in verbinding leren komen met je lijf. Dat staat hier vrij simplistisch omschreven maar geloof me, als je er geen ervaring mee hebt, of niet weet hoe het is om je ‘veilig te voelen in je lijf’ (zoals voor mij ook gold) dan is dat nog een beste klus, maar eenmaal gevoeld en ervaren, weet ik zeker dat je nooit meer anders wil. Voor dit stuk verwijs ik je graag door naar mijn collega van de MOED-academie haptotherapeut Gonny van Boxtel. Zij kan je als geen ander later ervaren wat ik hier bedoel. Je veilig voelen (in je lijf) is zó’n belangrijk en groot onderdeel in je herstel, eigenlijk gaat het over verbindingen herstellen, verbinding met je oorspronkelijke unieke zelf en verbinding met je lichaam om te ervaren hoe je samen weer thuis kan komen in jezelf!

Ik begeleid je hier graag bij!

Liefs Lottie

0 In Blog

Pijn is niet fijn

Het is iets wat we vaak al leren in onze opvoeding, bijvoorbeeld als je huilde nadat je van je fiets was gevallen, ‘stil maar’ ‘kusje erop en het is al beter’. Of; je hoeft niet te huilen, ‘het valt wel mee’. ‘Het is al over’. Allemaal goedbedoelde uitspraken van ouders die niet willen dat hun kind pijn heeft of huilt. Toch leer je hier en weliswaar in een heel letterlijke zin, dat je pijn snel over moet zijn, dat je misschien niet te lang mag huilen of soms, als je pijn hebt neem je een snoepje, want dat helpt.

Wat ik vaak tegenkom in mijn praktijk is dat mensen nog zonder dat ze het zelf doorhebben, al jong niet geleerd hebben om met pijn om te gaan, of er bij stil te staan. Het enige mechanisme dat men vaak kent is dat pijn niet fijn is én of dat het wég moet. Als we spreken over geestelijke pijn, verdriet over pijnlijke gebeurtenissen, verlies, buitensluiting, geweld, misbruik en trauma, dan is dergelijke pijn voor mensen vaak nog zwaarder om te dragen dan fysieke pijn en kennen ze ook hier maar een mechanisme: ‘het moet weg, het moet ‘uit, ‘ik wil het niet voelen’.

Iedereen heeft zo zijn eigen overlevingsmechanismen ontwikkeld om met moeilijke dingen om te gaan.

Mensen die kampen met een verstoorde relatie met eten zijn heel vaak mensen die niet geleerd hebben om te gaan met emoties. Een simpel maar illustratief voorbeeld daarvan dat al jong begint, is een ruzie op school met een klasgenootje waarna je verdrietig thuiskomt en als antwoord krijgt dat het wel overgaat, terwijl het kind bijvoorbeeld wel erg geschrokken is, of het verdriet of de boosheid heftiger ervaart. Het zou hieruit dingen kunnen leren als: oh, ik moet me niet aanstellen, ik moet niet huilen. Vanzelfsprekend is dat natuurlijk niet na één ruzie al het geval, maar als dergelijke dingen vaker naar voren komen in de opvoeding of op latere leeftijd dan kan je dergelijke mechanismes ontwikkelen.

Mechanismes waarin je leert weg te gaan bij wat je zelf voelt, mechanismes die je leren te vluchten omdat je bang bent van de emotie, of niet geleerd hebt dat deze er mag zijn. Denk daarbij ook aan opvoeders die van hun ouders weer leerden dat je gewoon keihard moet werken voor je geld én ‘niet moet klagen maar dragen’. Ook dit zijn overtuigingen die aan ons als kinderen meestal bewust of onbewust worden doorgegeven. Deze mensen hebben de lat altijd hoog liggen voor zichzelf en gaan bijna dagelijks over hun eigen grenzen, vaak nog zonder het te voelen. Ook hier wordt op langere termijn een basis gelegd waaruit op latere leeftijd een burn-out zou kunnen ontstaan.

In alle gevallen gaat het steeds over het ‘niet volledig mogen ‘zijn’, ontkend worden in je gevoelens, wegstoppen van gevoel, gevoelens zijn niet belangrijk en bovenal weggaan van dat wat je voelt en wie je bent. Je wordt een aangepaste versie van jezelf.

De afgelopen weken ontmoette ik ook weer een aantal clienten in mijn praktijk die een verstoorde relatie met eten hebben en mij vertelden over bepaalde gebeurtenissen in hun leven waar ik kippenvel van kreeg. Ik vroeg bij een ieder opnieuw naar, hoe ben je er toen mee omgegaan, weet je nog wat je toen voelde, kun je je herinneren dat je verdrietig bent geweest en hoe je hiermee omging en meer van dat soort vragen. Bijna een op een wisten ze die vragen niet te beantwoorden. Het was soms echt een tijdje stil. Geen idee eigenlijk, of ik kan het me niet meer herinneren, of; ‘ik ben gewoon doorgegaan’. ‘Of ik ben gewoon keihard gaan werken, en dat heeft me er doorheen gesleept’.

Als je ze vervolgens vraagt of ze terug kunnen halen waar deze ‘verstoorde relatie met eten’ begonnen is, dan kunnen ze vaak wel verwijzen naar heftige gebeurtenissen in hun leven.

Waar ik binnen mijn praktijk met mensen steeds opnieuw naar op zoek ga is: wie ben je, wat heb je (vroeger) over jezelf geleerd, hoe ga je met emoties en gevoelens om, en hoe kun je dat anders leren doen. Ik praat nooit met mensen over eten, wát ze eten, hoeveel ze eten. Ik sta met ze stil en maak inzichtelijk wat er gebeurt en welke patronen er onder liggen, om dit vervolgens kleine stapjes doorbreken. Hoe kun je beter leren voelen wat er gebeurt. Waar voel je dat in je lijf? Het gaat veelal om dúrven bewust worden.

Loop jij al jaren (in het geheim) te vechten met jezelf en speelt je relatie met eten een te grote rol? Voel je vrij om dan contact met me op te nemen voor een coachingssessie. Ik help je graag én ik weet hoe het is. Ik vocht zelf ruim 20 jaar met een eetstoornis. Dus schaam je niet, bevrijd jezelf!

Liefs Lottie

Nb: Je kunt starten met individuele coaching bij mij in mijn praktijk, maar zoals bekend start in mei ook onze nieuwe training ‘een verstoorde relatie met eten’ vanuit de www.moed-academie.nl een prachtig nieuw compleet concept, dus ook voor die optie zou je kunnen gaan.

Informeer gerust naar de mogelijkheden: info@lottiemaejones.nl of 0624251973 (appen mag ook).

Hoe dan ook: je bent welkom!

 

0 In Blog

Het hongerige kind

Vroeger kreeg ik vaak te horen: je hebt geen rem, je bent verslaafd aan eten, ‘veelvraat’ en zo kan ik nog wel even doorgaan. Op mijn zesde jaar kwam ik bij een dietiste terecht. Als ik wat zou afvallen dan zou ik nieuwe kleren krijgen. Dat klonk wel leuk. ‘Die mevrouw’, (de dietiste) die kon mij daar bij helpen. Wat volgde was een eetschema waar ik me aan moest houden. Al heel gauw kreeg ik in de gaten dat ik ergens ‘ja’ op had gezegd waarvan ik de gevolgen niet had overzien. In eerste instantie hield ik me aan het eetschema en verloor ik ook gewicht. Toch vond het autonome kind in mij, met een behoorlijk groot rechtvaardigheidsgevoel dit ‘niet eerlijk’.

Ik wilde niet als enige hoeven opletten wat ik at en niet zelf kunnen kiezen wat ik wilde eten. Gevoelsmatig werd ik strikt begeleid. Wat betekende: als mijn hand al een keer extra uitzwaaide naar zoet-beleg, dan werden van links direct de vleeswaren en ‘milner 30+ rubber’ naar voren geschoven. Hierdoor werd geen enkele eetsituatie in de daarop volgende 20 jaar nog ontspannen. Ik moest eten wat me was voorgesteld, of ik dat nou wilde of niet. Daar begon het stiekem eten. Deels vermoed ik vanuit een stukje ‘rechtvaardigheidsgevoel’ maar voornamelijk doordat ik honger ervaarde.

Tot op de dag van vandaag begrijp ik geen enkele dietiste die een kind van 6 (of 7,8,9,10,11,12,13,14,15,16) onder begeleiding zet van een voedingsschema om af te vallen. Dat je gebeld wordt door ouders en dat je dan zegt; ‘is goed ik help je wel je kind te laten afvallen’….

Wat mij betreft zou het enige juiste zijn: bevraag die ouders eens. Waarom zou het kind een neiging hebben tot ‘over-eten?’ Is het écht nodig een kind op dieet te zetten (als er geen sprake is van medische aandoeningen, allergiëen of intolleranties), heeft het kind de hulp nodig of de ouder(s)? Ohja; en als die ouders ‘geen idee’ hebben, bevraag dan het kind, of maak een aparte afspraak met het kind, laat het kind meedenken, meebeslissen… maar ook vanuit mijn achtergrond als pedagoog vind ik een kind op dieet echt een ‘no-go’.

Als ik nu terugdenk aan hoe ik als kind was durf ik zonder twijfel te stellen dat ik honger leed. Ja! Alleen ging het om een honger die ik toén enkel dacht te kunnen stillen met eten. Ik leed aan innerlijke honger. Ik ervaarde jarenlang geen veilige omgeving. Ik ervaarde (fysiek) geweld, onveiligheid en intimidatie. Ik voelde me verschrikkelijk eenzaam en liet het wel uit mijn hoofd dit met anderen te delen.

Enerzijds omdat ik het nooit geleerd heb en anderzijds omdat ik leerde ‘uit mijn lichaam te treden’ op het moment dat ik pijn ervaarde. Ik ben letterlijk járenlang niet ‘aanwezig’ geweest in mijn lijf. Terugkijkend is dit voor mij een van de redenen geweest waardoor ik nooit een ‘vol’ gevoel had. Ik zat met mijn energie nooit lager dan ongeveer mijn schouders. Voor diegenen die echt geen idee hebben waar ik het over heb: een aantal jaren geleden had ik ook geen idee gehad, maar er ligt voor mij een wezenlijk antwoord op herstel.

Je kunt wel snáppen wat de functie van (over-) eten voor jou betekent, en dus nu nieuwe keuzes maken als volwassene; het is niet afdoende. Ik heb zeker 20 jaar mijn leven geleefd vanuit mijn hoofd, ondanks dat ik zo gevoelig ben. Ik bleef overeind door niét naar binnen te keren. Door afleiding, hard werken en met ‘tig-dingen’ tegelijk bezig te zijn. Als ik dat deed: dan ging het prima en als ondersteunend medicijn over-at ik en dat was nodig, want de onrust in mijn lijf was er ondanks alles áltijd.

Ik voelde me jarenlang een hongerig kind, op zoek naar onvoorwaardelijke liefde, acceptatie, affectie en veiligheid. Ik voelde me tevens een slapjanus, die altijd weer aankwam als ik was afgevallen. Het zat hem niet in discipline. Het zat hem in de mechanismes (ook lichamelijk) die ik jarenlang niet waarnam én waar ik van weg bleef, om niet te hoeven voelen. Ik was niet alleen letterlijk altijd op pad, ik was bovenal nooit thuis in mezelf. Ik leer nog steeds elke dag, meer verbinding te maken in mezelf en het autonome kind in mij, zoekt tevens haar weg in muziek, schrijven, zingen, en theatermaken. Allerlei creatieve aspecten die ook voedend zijn en bijdragen.

Ik weet nu dat ik het ‘hongerige kind’ in mij moet ‘voeden’, en dat ik haar niet meer alleen ‘thuis’ wil laten, ze is lang genoeg alleen geweest.

Lottie.

0 In Blog

Lief mijn Lijf – Wendy

Wendy Hartgers-Schenkels (45) kende als kind een onveilige thuissituatie, waardoor ze probeerde zich zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze zag haar dikke lichaam als een manier om minder zichtbaar te zijn. Want, zo was haar invulling, mensen kijken toch niet graag naar dikke vrouwen. Anderzijds voelde ze dat ze niet te veel ruimte in mocht nemen, omdat ze als dikke vrouw minder waard zou zijn om naar te luisteren en dat ze had gefaald, omdat het haar maar niet lukt om af te vallen en een ‘normaal’ gewicht te bereiken. Binnenkort laat ze zich onderzoeken op lipoedeem.

Waarom wilde je graag meedoen aan de rubriek ‘lief mijn lijf’?

Waarom ik bij de eerste zin van de oproep, eigenlijk al meteen wist dat ik moest reageren, is dat ik het afgelopen jaar een voor mijzelf een supergrote stap heb gezet op het gebied van zichtbaarheid en dat is het starten van mijn eigen bedrijf. Ik heb het altijd heel moeilijk gevonden om meer van mezelf te laten zien. Ik vond mezelf niet waardevol genoeg, omdat ik dik ben. Ik had het idee dat ik eerst 30 kilo zou moeten afvallen, voordat ik het leven zou kunnen leven waar ik van droomde.

Ik begeleid in mijn bedrijf vrouwen die, net als ik, worstelen met hun lichaamsbeeld en met eten. Speerpunten in de begeleiding zijn dat vrouwen meer contact en compassie gaan voelen met hun lichaam en een meer ontspannen relatie met eten kunnen ontwikkelen. In mijn bedrijf komen mijn persoonlijke geschiedenis en mijn psychologie achtergrond heel mooi samen. Ik heb mijn bedrijf Lief je Lijf genoemd. Geheel aansluitend bij de boodschap die ik in deze rubriek Lief mijn Lijf kan delen. Dus heb ik besloten om hier met zwetende handjes mijn persoonlijke verhaal met je volgers te delen. Hoe spannend ik het ook vind om mezelf hiermee te laten zien. Ik laat mij niet meer tegenhouden door mijn angst om zichtbaar te zijn. Ik wil mijn verhaal met anderen delen, zodat zij zich er ook in kunnen herkennen en erkenning voelen voor wie zij zijn.

Wie ben jij als persoon? Wat maakt jou nou echt jou?

Ik ben iemand die in een groep niet snel op zal vallen. Ik hou me in eerste instantie vaak op de achtergrond. Ik kan goed luisteren en situaties goed aanvoelen. Als ik iets belangrijks te zeggen heb, dan doe ik dit wel. Wat ik zeg, zet mensen vaak wel aan het denken en er wordt dan ook goed naar me geluisterd. Als ik me op mijn gemak voel in een groep of situatie dan kan ik meer mijn plek in gaan nemen en sta ik bekend om mijn wat sarcastische humor en mijn harde, aanstekelijke lach.

Wat vind je mooi aan jezelf en waar ben je minder tevreden over?

Ik vind dat ik een mooie uitstraling heb. Ik kan anderen aansteken met mijn open blik en sprankel in mijn ogen. Ik vind mijn rondingen mooi, ik heb een wat smallere taille en grote borsten en billen. Ik draag graag jurkjes die mijn rondingen wat meer accentueren. Ik heb veel moeite met mijn benen. Ik heb hoogstwaarschijnlijk lipoedeem (nog niet door een arts gediagnosticeerd) en hierdoor heb ik bobbelige dikke benen die ook nog heel zwaar aanvoelen en pijnlijk zijn. Ik draag hierdoor geen korte broeken of rokjes.

Heb je te maken met vooroordelen, zo ja welke en wat vind je de lastigste vooroordelen?

Het is niet zozeer dat mensen mij direct aanspreken op mijn gewicht. Ik merk dat dit als je wat ouder wordt, minder gaat spelen tussen vrouwen onderling. Of ik heb een groep mensen om me heen verzameld die mij accepteren zoals ik ben. Natuurlijk merk ik in de buitenwereld (buiten mijn persoonlijke kring) dat er nog gevoel vooroordelen leven over dik zijn. De lastigste vooroordelen vind ik dat vrouwen die dik zijn lui, minder intelligent, ongezond, onverzorgd zouden zijn. In de maatschappij leeft nog steeds het beeld dat dik gelijk staat aan minderwaardig. Dat is ook het beeld wat lange tijd in mijn eigen hoofd heeft geleefd. Dat krijgen we vanuit alle kanten mee vanaf onze kindertijd door media, in onze opvoeding, in het contact met leeftijdsgenootjes.

Als degene die jou veroordeelt of iets naars toewerpt tot bezinning zou komen en in oprechtheid naar je zou luisteren, wat zou die dan van je te weten komen?

Die zou zien dat ik naast dat ik dik ben, in heel veel dingen lijk op ieder ander mens. Dat ik een intelligente vrouw ben die naast haar eigen bedrijf haar gezin in goede banen leidt, die qua gezondheid wel wat worstelingen heeft, maar die verder een gezond leven leidt, zich goed verzorgd en zich net zo kwetsbaar voelt als ieder ander mens.

Sommige mensen met overgewicht hebben een verstoorde relatie met eten, anderen hebben een lichamelijke aandoening, soms allebei, is daar bij jou sprake van?

Eten is voor mij lange tijd een manier geweest om met mijn emoties om te gaan. Als ik me verdrietig, eenzaam of boos voelde, me verveelde of zelfs als ik heel blij was. Ik liep dan, meestal ’s avonds, steeds op een neer naar de koelkast om van alles te zoeken. Vaak haalde ik geen chips of snoep in huis, of liet ik die verstoppen door mijn man, zodat ik dat in elk geval niet zou eten. Ik verstopte dan wat ik zat te eten achter het kussen als een van mijn dochters nog even naar beneden kwam en stopte de wikkels onder in de pedaalemmer. Uiteindelijk voelde ik me na alles wat ik had gegeten nog niet vervuld. Dat kwam aan de ene kant, omdat ik niet had gegeten wat ik echt lekker vond. Maar zeker ook omdat ik geen aandacht had gegeven aan wat ik echt nodig had. Dat was vaak niet voedsel, maar dat was iets heel anders. Bijvoorbeeld een knuffel omdat ik me verdrietig of eenzaam voelde, delen waar ik werkelijk mee zat of kijken wat ik echt wilde doen als ik me verveelde.

Ik heb geleerd dat mijn emoties er gewoon mogen zijn, ook al kan dat soms pijnlijk zijn om te voelen. En daarvan leerde ik ook dat als je aandacht besteedt aan gevoelens, ze ook wel weer wegtrekken. Soms gebeurt het nog steeds; dan word ik me opeens bewust dat ik weer op en neer aan het lopen ben naar de keuken. Meestal in dat uurtje net nadat de kinderen in bed liggen. Dan ben ik moe en overprikkeld, weet ik niet zo goed waar ik behoefte aan heb en zit ik meestal op de bank te ‘Netflixen’. Ik herken het nu meestal wat sneller. En ik zorg er voortaan ook voor dat ik altijd juist in huis heb wat ik heel erg lekker vind. Dan neem ik een stukje Tony’s Chocolonely donkere melkchocolade en dan geniet ik daar extra van. Dan voel ik me na dat stukje ook verzadigd en ga ik niet nog van alles eten waar ik eigenlijk helemaal geen zin in heb.

Zoals al eerdergenoemd, heb ik tevens hoogstwaarschijnlijk lipoedeem. Een paar jaar geleden las ik hierover een blog op Facebook en toen vielen een hele boel stukjes in elkaar. Ik ben bij een oedeemtherapeut geweest en die zag wel alle kenmerken, maar na een aantal keer daar te zijn geweest, heb ik besloten mijn kop in het zand te steken. Want dat deed ik altijd met ‘slecht nieuws’. En dit keer heb ik dat een aantal jaren volgehouden.

Lipoedeem is een chronische aandoening, die ook wel bekend staat als pijnlijk vetsyndroom. Hierbij ontstaan grote hoeveelheden ongelijkmatig verdeeld vet onder de huid van de heupen, dijen, knieën, onderbenen en ook soms de armen. De vetcellen trekken vocht aan en houden dit vast. Dit alles leidt tot een pijnlijk, gezwollen gevoel, een sterke gevoeligheid voor druk van buitenaf, snel vermoeid zijn en moeite met lichamelijke inspanning. Daar komen bij mij de zware benen van en de gewrichtsklachten en vermoeidheid die ik mijn lichaam ervaar. Ik heb twee weken terug besloten mijn kop uit het zand te trekken en heb een afspraak staan bij de huisarts om hiermee volgende stappen te zetten.

Vaak is er ook een achterliggend verhaal dat je letterlijk met je meedraagt. Herken je daar iets in en wat wil je hierover delen?

Ik ben iemand die haar hele leven al aan het stoeien is met zichtbaar zijn. Als kind probeerde ik zoveel mogelijk onzichtbaar te zijn, niet op te vallen. Dat was is een onveilige thuissituatie de veiligste keuze, maar ook op school voelde ik al heel vroeg dat ik anders was dan anderen. Leeftijdsgenootjes waren met heel andere dingen bezig dan ik. Vanaf mijn puberteit heb ik mijn vetlaagjes om me heen gebouwd als beschermlaagjes die als buffer werkten om me te beschermen tegen de buitenwereld, die naar mijn gevoel, vrij hard was. Ik wilde aan de ene kant wel gezien worden, maar voelde me niet echt de moeite waard om door anderen gezien te worden.

In mijn volwassen leven heb ik mezelf wel steeds een beetje meer laten zien. Ik heb psychologie gestudeerd en ben als psycholoog gaan werken, heb lieve vriendinnen om me heen gekregen, ik heb vriendjes gehad en ben uiteindelijk getrouwd en heb twee dochters gekregen. Toch heb ik er nog lange tijd voor gekozen om mijn gevoelens zoveel mogelijk naar de achtergrond te verplaatsen. Ik zag mijn dikke lichaam als een manier om minder zichtbaar te zijn. Want, zo was mijn invulling, mensen kijken toch niet graag naar dikke vrouwen. Aan de andere kant voelde ik altijd dat ik als dikke vrouw te veel ruimte innam. Letterlijk als je bijvoorbeeld in de trein naast iemand anders wilt gaan zitten of als je je in een te krap stoeltje probeert te wurmen op een terras. Maar nog veel meer op een diepere laag; ik voelde dat ik niet te veel ruimte in mocht nemen, omdat ik als dikke vrouw minder waard zou zijn om naar te luisteren. Dat ik had gefaald, omdat het mij maar niet lukt om af te vallen en een ‘normaal’ gewicht te bereiken.

Je hoeft natuurlijk niemand iets te bewijzen, noch te overtuigen, maar als je tegen al die mensen die jou in jouw leven veroordeeld hebben op basis van je rondingen zou mogen zeggen wat zou dat dan zijn?

Ik zou ze willen meegeven hoe schadelijk het kan zijn voor het zelfvertrouwen van kinderen, jongeren en zelfs volwassenen om te oordelen alleen op zo’n klein stukje van hen, namelijk gewicht en lichaamsvorm. Deze oordelen zorgen ervoor dat de relatie met hun lichaam en met eten al vanaf jonge leeftijd kan worden verstoord. En dit heeft vaak tot resultaat dat ze alleen maar meer aankomen, door het vele jojo-en. Ik wil anderen vooral laten horen dat een mens uit zoveel meer bestaat dan wat we aan de buitenkant zien. Als je de tijd neemt om iemand echt te leren kennen dan zie je pas wat meer van hoe iemand is.

Wat zou de maatschappij naar jouw mening moeten weten over mensen met overgewicht en wat is nog te veel onderbelicht?

Dat al die eetregels, dieetboeken en afvalprogramma’s over het algemeen alleen maar leiden tot meer eetbuien, emotie-eten, schuldgevoel en schaamte. Als vrouwen hun relatie met eten willen herstellen, dan is het heel erg belangrijk dat ze de relatie met hun lichaam herstellen. Dat betekent dat ze meer contact maken met hun lichaam en compassie gaan voelen met zichzelf en hun lichaam. Dat is een voorwaarde om weer vertrouwen te gaan ervaren in je lichaam op het gebied van eten. Dat je gaat voelen wanneer je honger hebt en verzadigd bent. Wat je lichaam wil eten en nodig heeft.

Wat vind je van de term ‘bodypositive’ en heb je er wat aan?

Ik kan me helemaal vinden in de body positivity movement. Naar mijn gevoel is het nodig om een groep te hebben die zichzelf laat zien in alle vormen en maten. Een groep die op de barricades gaat staan om de rechten voor dikke mensen te verbeteren. Die het beeld willen veranderen wat veel mensen van dikke mensen hebben, door te laten zien dat dik ook gezond en prachtig kan zijn. Tegelijk volg ik heel graag mensen die hun worstelingen laten zien en hun kwetsbaarheid tonen. Dat past bij de manier waarop ik zelf meer zichtbaar probeer te worden via social media.

De term bodypositive daar heb ik wel een tijdje mee geworsteld. Of ik deze term ook in mijn bedrijf wilde voeren bijvoorbeeld. Het lijkt alsof we allemaal helemaal blij moeten zijn met hoe ons lichaam eruit ziet, terwijl het voor velen van ons natuurlijk veel genuanceerder ligt. Ik zie echter ook dat de term bodypositivity steeds gangbaarder wordt en dat wat het inhoudt daardoor ook wordt verspreid. Dus voor mij staat het nu gelijk aan dat ieder lichaam respect verdient, ongeacht hoe het eruit ziet. 

Kun je zeggen dat je blij bent met je lijf zoals dat nu is/ waarom wel waarom niet?

Ik worstel nog steeds regelmatig met hoe mijn lichaam eruit ziet. Ik denk dat dit altijd wel zo zal blijven, dat zijn gedachtes en gevoelens die zo diep geworteld zitten. Die gaan niet helemaal weg. Het verschil is dat ik de gedachtes en gevoelens eerder herken en ze dan ook steeds meer kan zien als gewoon gedachtes en gevoelens, in plaats van als de waarheid. Ik kan ernaar kijken en zien dat ze me niet helpen in het doen van de dingen die ik wil doen. Ze willen me vaker juist tegenhouden en zorgen dat ik me weer wil verstoppen. Ik zie nu dat ik de keuze heb om er wel of niet naar te luisteren. En soms kies ik ervoor om me even te verstoppen, als dit even nodig is om op te laden, of als ik gewoon niet anders kan. En steeds vaker kies ik ervoor om me te laten zien, in al mijn kwetsbaarheid en kracht. Ik zie ook dat ik zoveel meer ben dan mijn lichaam. Ik heb de wereld ook van alles te bieden. Ik ben het waard om liefde te ontvangen van mijn dochters, mijn man en familie en vrienden om me heen. Ik verdien respect, net zoals ieder ander mens dat verdient.

Wat is jouw mooiste droom voor jezelf?

Ik wil groeien in zichtbaarheid. Dat zit in heel kleine dingen, zoals dat ik nog meer mijn onzekerheden, mijn twijfels en mijn visie op het leven durf te delen met de mensen om me heen. Dat ik misschien wel echt een keer die toneelgroep ga zoeken en het podium op durf te gaan, maar ook zeker in mijn werk. Ik wil zichtbaar worden voor een grote groep vrouwen die worstelen met hun lichaam en met eten en wil met hen delen hoe ze stappen kunnen zetten naar meer contact en compassie met hun lichaam en hoe ze op een meer ontspannen manier met eten kunnen omgaan. Ik wil vrouwen begeleiden en een verschil maken op het gebied van de relatie met hun lichaam en eten. Ik wil mezelf laten zien via (social) media en met mensen in gesprek gaan over dit onderwerp.

Maak je die droom waar/ werk je daaraan? Waarom wel of niet?

Ik ben hieraan zeker aan het werken. Met kleine stapjes, durf ik steeds een beetje verder uit mijn schulp te kruipen. Ik ben hierin nog zoekende, welke manier past het beste bij mij. Het geeft me een gevoel van vrijheid om het steeds wel te durven. Om wel mezelf te laten zien. Dan ben ik daarna zo trots op mezelf. En tegelijkertijd vind ik het heel spannend natuurlijk. Maar dat hoort er ook bij.

Wat is je hartenwens voor andere mensen met of zonder curves?

Mijn hartenwens voor andere mensen is dat we elkaar de tijd en aandacht geven om elkaar echt te leren kennen. Dat we verder kijken dan de buitenkant en gaan zien dat ieder mens iets unieks heeft. Maar nog belangrijker, hoe we in de basis allemaal zoveel op elkaar lijken. Als we elkaar een kans geven, kunnen we ons vaak in elkaar herkennen. En herkenning leidt bij beide partijen vaak tot een gevoel van erkenning, van gezien en gehoord worden.

Als we ons wat meer zouden focussen op de overeenkomsten dan op de verschillen, dan zou, naar mijn mening, de wereld van binnenuit kunnen worden veranderd.

Wil jij een keertje kennismaken met Wendy als bodypositive psycholoog? Ga dan naar www.liefjelijf.nl

Interview: Lottie Mae Jones
Foto’s: Eigen beeld/ www.liefjelijf.nl