Zelfsabotage
Ken je dat gevoel dat er meer potentie in je zit dan eruit komt? Je hebt diploma’s, talent, plannen… en toch lukt het niet om echt in beweging te komen.
Je weet dat je aan je website wilt werken, je bedrijf wilt laten groeien, wilt trainen voor die sportwedstrijd maar ergens rem je jezelf af.
Bij sommige mensen laat dat zich zien als:
• steeds maar uitstellen, niet beginnen
• jezelf saboteren op beslissende momenten
• kansen missen of “toevallig” pech hebben
• financiële stagnatie, hoe hard je ook werkt
• levensenergie die wegzakt, zonder reden
• patronen die zich blijven herhalen, hoe bewust je ook bent
Soms zijn dit geen karaktertrekken of gebrek aan motivatie. Soms kan dit wijzen op iets wat we in familieopstellingen verstrikking noemen.
Wat is verstrikking?
Een verstrikking is niet iets zweverigs of vaags (al is het niet eenvoudig in woorden te vangen zonder dat het zo kan klinken.)
In een familiesysteem (voor het gemak: stamboom) heeft iedereen een plek: ouders, kinderen, miskramen, doodgeboren kinderen, buitengesloten familieleden, ook degenen over wie nooit gesproken is. Wanneer iemand geen plek heeft gekregen, bijvoorbeeld omdat er schaamte, verdriet of taboe was, dan raakt het systeem uit balans.
Denk aan situaties zoals:
• Uitgesloten of verzwegen familieleden (iemand die werd weggestopt, genegeerd, verbannen, “er niet meer bij hoorde”)
• Overleden kinderen of miskramen waar geen plek voor was (doodgeboren kind, vroeg overleden kind, abortus, miskraam/ wanneer dat niet erkend werd)
• Familielid dat zelfmoord pleegde (zeker wanneer erover gezwegen werd of onuitgesproken schuld/schaamte bleef)
• Familielid met psychische problemen of verslaving (bijv. opgenomen, weggestopt, ontkend of taboe)
• Familielid dat dader was (bij misbruik, geweld, misdaad, fraude, oorlogsdaden, financieel benadelen etc.)
• Familielid dat slachtoffer was (van geweld, misbruik, onrecht, uitsluiting, ongeluk, vooral als het lot niet erkend werd)
• Slachtoffers van buiten de familie die door het familiesysteem zijn geraakt (bijv. mensen die schade leden door een daad van iemand uit de familie)
• Personen die niet erkend werden als behorend tot het systeem (buitenechtelijk kind, eerdere partner van een ouder, biologische ouder die is verzwegen)
• Iemand voor wie men onbewust iets draagt (bijv. een voorouder met groot verlies, schaamte, schuld, oorlogstrauma, armoede)
Wat we in generaties daarna vaak zien, is dat een kind (onbewust en uit diepe loyaliteit) iets gaat dragen voor degene die geen plek had.
Dat kan zich uiten in blokkades, stilstand of pijnstukken die niet goed te plaatsen zijn.
En hoe weet je of dit klopt?
Het eerlijke antwoord is: door het te ervaren.
In een familieopstelling voel je van binnen wanneer iets “klopt”als een lijfelijke herkenning.
Tijdens een opstelling kan iemand die vergeten of buitengesloten was, alsnog erkend en gezien worden. Die persoon krijgt symbolisch weer zijn plek… en vaak ontstaat er dan ruimte, rust en beweging, ook in jouw leven. Dan kun je weer dichter bij je eigen pad en potentieel komen.