0 In Blog

Liever een bodybuilder

 

Afgelopen zaterdag keek ik naar het programma ‘De jongens tegen de meisjes’. Doorgaans vind ik dat een heerlijk luchtig programma dat lekker wegkijkt. Natuurlijk vergroot het ook de welbekende clichés uit zoals vrouwen die niet kunnen inparkeren en mannen die geen twee dingen tegelijk kunnen. Helemaal prima. Toch zaten er zaterdag twee items achter elkaar in het programma die ik ontzettend ergerlijk vond en dat terwijl ik niet lichtgeraakt ben als het gaat om mijn mooie rondingen of voor sommige ‘dikke kont’.

Onlangs vertelde ik er nog over in VROUW magazine, ik omarm ze! Dus nee, gevoelig ligt het voor mij persoonlijk niet, maar ik weet dat er nog steeds zóveel vrouwen zijn die dagelijks kampen met enorme onzekerheid of schaamte vanwege hun postuur. Echt vreselijk. Alleen maar omdat onze maatschappij en de beeldvorming op televisie ze met dit soort items nog maar eens pijnlijk probeert duidelijk te maken dat ze voor het gros zogenaamd onaantrekkelijk(er) zijn dan slanke dennen.

Alsof het een indirecte manier is om dikke mensen (om dat woord dan toch maar even te gebruiken) te laten weten dat ‘ het niet hoort’ om er zo uit te zien. Voor hen is deze blog.

Om even terug te komen op de items, het ene item was van Ronald Goedemondt ‘ Ik bel je wel effe’. Misschien kennen jullie hem wel. Hij loopt naar zijn auto die geparkeerd staat en hij treft daar een voor hem bekende volle vrouw op de parkeerplaats die overduidelijk interesse in hem heeft. Ze zegt dat ze nog eens zouden moeten afspreken. Hij stottert wat over dat hij daarvoor zijn agenda nodig heeft en dat die in zijn telefoon zit en dat hij die kwijt is. Waarop de dame antwoord dat ze hem wel even belt om hem te helpen deze weer te vinden. Vervolgens gaat de telefoon af in zijn jaszak met de zelf-ingezongen beltoon; ‘ Niet opnemen het is die dikke vette Jeanette wat een slet, die dikke Jeanette. Waarop hij al zoekend naar zijn telefoon deze vervolgens tot stilte brengt er al op trappend tegen de grond.

Op zich grappig en omdat het cabaret is vinden wij vaak dat het dáárom ook ‘moet kunnen’. Ik zeg niet dat ik vind dat het niet zo is, maar toch zouden wij er vermoed ik anders tegenaan kijken als het gaat om iemand die bijvoorbeeld een arm mist, of iemand die een hele kromme neus heeft, of iemand met een donkere huidskleur.

Want heel eerlijk; als we dik zouden vervangen voor ‘zwart’ of ‘negroïde’, wat vanzelfsprekend echt niet kan, dan is het een racistische sketch. Waarom is de vergelijking met iemand die dik is er dan niet een die ‘ vanzelfsprekend niet kan’?
Het gaat in beide gevallen gaat om opvallende uiterlijke kenmerken. Toch lijkt het erop dat we als mensen dik(ker) zijn, we vinden dat dit soort dingen ‘zouden moeten kunnen’.

Grappen maken over dikke mensen gebeurt echt te pas en te onpas, let er maar eens op. Áls iemand er dan al wat van zegt dan hoor je vaak; ach joh, stel je niet zo aan ik maak toch maar een grapje? Ja juist, een grapje, waarvan je de impact niet kent. Net zo min als het verhaal achter iemands dik(ker) zijn. Want ook daaraan wordt in deze maatschappij nog steeds veel te weinig aandacht geschonken. Dik zijn is namelijk in de ogen van de meeste mensen nog steeds een kwestie van vet eten, niet sporten en ook luiheid kleeft er aan vast, oftewel ga gewoon minder eten en sporten! Dat is in sommige gevallen, net zó kort door de bocht als tegen iemand met anorexia zeggen; ga nou gewoon eten’.
Men gaat er ook bij voorbaat vanuit dat dikke mensen vanzelfsprekend ongezond zijn.

Een andere vraag is, kijken we met een zelfde vooringenomen blik, ook zo naar de buurman die rookt? Daar zie je van de buitenkant mogelijk weinig aan, maar van binnen is dat nog maar zeer de vraag.

Nou wil ik niet alle mensen met overgewicht over een kam scheren, maar heel vaak, zie je met name bij mensen met obesitas waar lichamelijke aandoeningen geen factor spelen, dat zij het in het leven soms behoorlijk ‘voor de kiezen hebben gehad’.

Zelf heb ik een heftige jeugd gekend. Er was veel onveiligheid. Het ene moment was er toewijding en de dagen daarna geweld. Er was nooit een peil op te trekken en dus liep ik altijd op eieren. Ik stemde per dag en soms per uur af op hoe ik dacht dat de pet erbij hing. Ook werd me met enige regelmaat duidelijk gemaakt dat ik tegen niemand iets mocht zeggen. Die periode in mijn leven was zó ontzettend eenzaam, dat is niet uit te leggen.

De rode draad door deze ellende heen was dat er in mijn jeugd steeds benadrukt werd dat ik ‘niet voldeed’. Er werd gezegd dat ik er om vroeg om gepest te worden als ik er zo uitzag, en ook dat men zich voor mij schaamde. Ik herinner me nog een fragment dat ik in de badkamer stond en dat mijn maagstreek werd vastgegrepen en naar voren werd getrokken. ‘Kijk eens wat voor een monster je aan het worden bent’ Kijk eens hoe je er uit ziet? Je zult spijt krijgen dat je het zover hebt laten komen, dan denk je hier nog wel eens aan terug. Vreselijk vernederend en zo verdrietig. Ik was misschien twaalf, dertien. Hoe ga je dan je puberteit in?

Het is een hele korte opsomming van de gebeurtenissen uit mijn leven die er in ieder geval aan hebben bijgedragen dat ik op mijn 14/15e levensjaar een eetstoornis ontwikkelde. Eten zorgde er namelijk voor dat ik niet hoefde te voelen. Eten zorgde voor rust. Eten schold niet, oordeelde niet, eten troostte, eten was er altijd. Eten was mijn beste vriend in tijden van eenzaamheid. En dus at ik stiekem. Ik at als ik bang was, als ik verdrietig was en als de eenzaamheid zich van mij meester maakte. Ik at omdat ik niet wilde voelen en niet wilde herinneren.

Zo werd ik dik. Niet omdat ik lui was en niet van sporten hou. Niet omdat ik alleen maar vet eet. Ik over-at, om te over-leven. Nee niet een juiste manier, maar zo zijn er tal van middelen die worden ingezet om niet te hoeven voelen. Inmiddels heb ik mijn eetstoornis overwonnen, maar veel belangrijker; ik heb mijn rondingen lief.
Mijn rondingen hebben een verhaal, maar wat nou als er helemaal geen verhaal achter zit? Wat nou als het gewoon iemands keus is om zich gelukkiger en mooier te voelen met meer rondingen?

Even terug naar zaterdagavond, de jongens tegen de meisjes (overigens is deze blog niet rechtstreeks gericht aan dit programma, meer dan eens komt dit op een of soortgelijke wijze voor op tv, toevallig nu in dit programma). Direct na de sketch volgde er een vraag aan de vrouwen die luidde; met wie gaan mannen minder graag naar bed; met een bodybuilder of met een dikke vrouw. Men dacht dat het de bodybuilder zou zijn, maar volgens de statistieken zou dit gaan om een dikke vrouw.

Zucht. Waarheid of niet. De vraag is, waarom deze vraag gesteld wordt. Het stigma dat hier opnieuw toneel krijgt vind ik ontzettend dom! Want wat als er weer gestaan zou hebben; bodybuilder of negroïde vrouw? Dan hadden we het allemaal een ongepaste vraag gevonden. Of bodybuilder en een vrouw zonder benen? Ook dan wed ik dat twitter vol had gestaan met vraagtekens. Maar een dikke vrouw? Nee dat is toch heel normaal dat we die in het afkeurende hokje stoppen?
Ik begrijp daar niks van en wil dan het liefst terplekke en al schreeuwend de wereld wakker schudden.

Het komt wat mij betreft voort uit een gebrek aan kennis, interesse en onderbelichting vanuit de maatschappij. De gevolgen van niet wetend-heid, dommigheid en misschien wel het niet willen weten. Ik zie het als een persoonlijke missie om dat te veranderen, ik zal ervoor vechten. Daarom deel ik een stukje van mijn persoonlijke verhaal en een stukje van mijn ergernis. Niet voor mezelf, maar wel voor ál die vrouwen die dagelijks strijden om zichzelf te durven laten zien zoals ze zijn in plaats van zich terug te trekken in dat afkeurende fatshaming-hokje.

Let’s make this world full filled with love;

Laten we deze hashtag trending maken, deel deze blog, en maak daarmee een statement tegen fatshaming:

#LetsLIKEaLOT

Lottie Mae Jones
Blogger/ Bodypositive Activist & Speaker

Ps: Ik deel een klein stukje van mijn persoonlijke verhaal, enkel om het vooroordeel enigzins te torpederen… dus geen medelijden, maar actie!!!#Shareifyoucare

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply